overlanders.nl

NL – Azië deel 8

NL – Azië deel 8

Hallo allemaal,

Het vervolg van het aanmeren in Indonesië. Nadat de touwen van de bananenboot waren in Dumai losgegooid, omdat we niet de plaatselijke bevolking wilden spekken, wisten we niet voor welke patij de schipper (broekkie van 20, zonder Engels) had gekozen. Maar al snel bleek dat hij het goede met ons voor had. Na een paar kilometer varen werd een
andere losplaats gevonden, waar we zonder problemen aan wal konden. Geen douane te bekennen dus rijden maar. Dat we hier dus geen stempel in ons carnet hadden gekregen, zou ons later nog een grote staart bezorgen……..Sumatra is armer, veel armer dan Maleisië en soms vergelijkbaar met India, alleen maken de mensen er niet zo’n rotzooi van en het is niet zo overbevolkt. Het eiland zelf zorgt door zijn grondstoffen voor een groot deel voor de inkomsten voor heel Indonesië, Olie gas rubber hout en palmolie. Maar dit komt zeker niet tengoede van de mensen hier. Deze leven houten huisjes met daarom heen een moestuin. Vervoer bestaat hier uit grotendeels kleine brommers.
Ook het uiterlijk van de mensen verschilt hier met de Maleisiërs, Sluik zwart haar, rondere ogen en een slanke bouw. Door de slechte en smalle wegen is 250 km per dag het maximum. Tussen de gaten, kuilen en richels moet gemanoeuvreerd worden en deze worden met de dag groter, want al het verkeer van noord naar zuid dendert hier overheen. De regentijd is hier begonnen in plaats van eenmaal per dag regent het nu tweemaal per dag, kort en hevig en zeer plaatselijk. Soms zit er een afstand van 100 meter tussen twee buien. Voordat je bent gestopt om je reregenpak aan te trekken ben je al doornat. Naamborden of wegwijzers kennen ze hier niet. Nu is dat niet zo’n probleem, want er is maar een weg. Ook benzine wordt af en toe moeilijk verkrijgbaar. Vaak moeten het doen met het overhevelen vanuit losse vaten.Het traditionele eten wat hier overal wordt geserveerd, de zogenaamde Padangmaaltijd, bestaat uit een hap nassi of rijst en de hele tafelwordt ongevraagd volgemikt met allerlei koude gerechten en alleen dat wordt afgerekend wat wordt gebruikt. Nu, bij ons was dat niet zoveel, want we waren het er met z’n allen over eens, dat ze er dus gewoon een zooitje van maken.
Toeristen zijn hier niet te vinden en het zal tot midden-Java duren, voordat we weer een blanke signaleren. Het landschap bestaat aan de oostzijde uit een moerasachtig gebied, aan de westzijde een bebost heuvelachtig gebied en in het midden een mooi te bereiden berg landschap. We hebben zeker 9 dagen nodig om de zuidpunt te bereiken, om daar de ferry naar Java te nemen.Het klimaat in heel Indonesië is tropisch, dat houdt in het hele jaar door ongeveer 30 graden is, met een hoge vochtigheidsgraad, wat het nt plakkerig en zweterig laat aanvoelen. Dat je hier continue moet uitkijken waar je loopt, zeker als het donker is, heb ik ondervonden door vlak voor het hotel in een open rioolput te duiken. Met als gevolg een zwaar geknakte enkel. Lopen en de motor op de standaard hijsen gaat moeilijk, maar het schakelen gaat redelijk.

Java:
De oversteek gaat gemakkelijk, elk half uur gaat er ferryboot. De conditie van deze boten verschilt nogal. De snelle boten lijken natuurlijk wel leuk, maar als je dan nog 2 uur moet wachten in de haven omdat eerst de langzamere boten moeten worden gelost, maakt het allemaal niets meer uit. Deze ferry’s hebben een gebruiksduur voor het leven, dat houdt in dat ze net zolang meegaan totdat ze zinken. Onderhoud is dan ook absoluut overbodig.
In Serang in west-Java ondervinden we eigelijk de eerste en ook de laatste antiwesterse houding. Zowel in een hotel als in een Internetcafé worden we geweigerd. Verder is Java behoorlijk rijker dan Sumatra, de huizen zijn van steen en hier rijden veel meer westerse auto’s rond.
Ook is het hier veel drukker, de wegen blijven echter beroerd slecht en er wordt agressief door de bussen en de vrachtwagen gereden, wat tot gevolg heeft dat ik tot 4 maal toe in de greppel wordt gedrukt. Dat heet dus het ervaren van de cultuur van het land. Elke dag verplicht een schoon T- shirt, want deze is geheel zwart geblazen door de enorme rookwolken die de vrachtwagens produceren. Java kent als het enige eiland ook snelwegen, 20 en 35 km lang, echter niet toegankelijk voor motoren. Daar dachten wij anders over, want na al de slingerwegen is het ook wel eens lekker om op te schieten. Of de politie niets anders te doen heeft om ons na 5 km voor en achter te escorteren naar de eerst volgende afslag.
Ik weet niet wat het was, de vermoeidheid van de vele kilometers of dat we ons rijgedrag gingen aanpassen aan het plaatselijke verkeer. Binnen 1 week tijd was de score: 1 plat gereden hond, 1 opa volledig uit de sandalen gereden en Martin parkeerde zijn motor in de deur van een afslaande auto. De opa heeft het net als de hond overleefd, alleen de motor van Martin werd er niet mooier op. Ik hoop niet dat het nu mijn beurt is. Jakarta hebben we overgeslagen, Bogor was een grote file van de duizenden taxi’s die op elkaar staan te wachten en in Bandung wat op duizend meter hoogte ligt, hebben we voor het eerst onze truien moeten gebruiken.
Van de koloniale tijd is niet zo veel overgebleven in de steden, maar wel duidelijk herkenbaar. De bouwstijl is gelijk aan die van ons land van vlak voor de oorlog. Als hoogtepunt de Borobudur bekeken, een 1000 jaar oude boeddistische tempel. Leuk maar niet spektakulair. Wij waren die dag de 15de bezoeker. Normaal gesproken komen hier duizenden mensen per dag. Wat ik al eerder schreef, het toerisme in Azië is volledig in elkaar gestort.
Het einde van de trip komt inzicht. Bij ons allen ontbreekt de zin om de oversteek naar Australië te maken, om daar nog eens 5000 km te rijden. Daarnaast is het duur en veel regelwerk. Beter is het om wat meer tijd in Indonesië door te brengen en als eindpunt wordt dan het hindoe eiland Balie uitgekozen, waar het goed vertoeven is. Misschien hebben we dat ook wel nodig. Na 3 weken Sumatra en Java verlangen we weer eens naar iets anders dan nasi goreng en pedangvoer.

Ander Internetcafé opgezocht, omdat na 13.00 uur de minuutprijs werd verdubbeld. We waren bij Bali gebleven. Er hangt hier een ongedwongen sfeer en het voer is afgestemd op de toerist. Van Lovina-beach in het noorden van het eiland, via de apenheuvel (vatsige luie apen) in Ubud naar het drukke Kuta-beach bij Denpasar. Hier een comfortabele bungalow met zwembad uitgezocht en ‘s avonds rondhangen in de disco, jungle-juice drinkend. Als oudere jongere heb ik toch wel moeite om me staande te houden tussen al die doorgeschoten ‘hamburger jongeren’. Zeker bij de vrouwelijke jeugd is het woord “slank” ver te zoeken. Helemaal als je dat met de sierlijk gevormde Indonesische bevolking vergelijkt.
De groep wordt opgesplitst, Martin gaat naar huis, Ward gaat naar zijn vriendin in Canada om daar nog een wintersport vakantie aan vast te knopen en ik wil Lombok nog bezoeken. De te gemakkelijke binnenkomst in Indonesië, krijgt toch nog een stevige staart. Het transport gereed maken van de motoren wordt bemoeilijkt doordat de douane het carnet weigert te stempelen en dus onze motoren niet uitgevoerd kunnen worden. Het ontbreken van een lullig binnenkomst stempeltje gaat ons nu fors ‘smeergeld’ kosten. $ 200.-

Lombok:
In tegenstelling tot het overvolle Java en Bali is Lombok een verademing. Geen roet blazende diesels of jakkerende bussen, maar fantastische kleine kronkelweggetjes langs de kust en een pad dwars over het eiland langs de enige 3700 meter hoge vulkaan. Dit eiland springt er echt uit ten opzichte van de rest van Indonesië. Een paar exotische Robinson Cruisoë-eilandjes zijn te bereiken met een zogenaamde Pelniboot, geschikt voor 10 personen. Een soort uitgeholde boomstam met links en rechts een drijver en aangedreven door een 100 pk motor blaast deze boot over de zee. Niemand heeft nog droge draad aan zijn lichaam. De eilandjes zijn klein en het enige vervoermiddel is een paardenkar. De volgende dag weer terug en de motor stond nog steeds op dezelfde plaats. Als laatste overnachtingsplek op de helling van de vulkaan verbleven, in koloniaal gebouwd hotel. Op een hoogte van 700 meter is het hier aangenaam koel. Als enige gast word ik hier aardig werwend en uitgenodigd voor de traditionele nachtmaaltijd i.v.m de ramadan, door vrijgevochten hotel eigenaresse, die als enige vrouw rondscheurt in een 30 jaar oude Land Rover. Haar vader was helemaal enthousiast van de BMW en wilde persé op de foto. Minder leuk is dat hij in 1963 zijn linker been had verloren met een motorongeluk. Hij reed toen op de zelfde motor die ik nog steeds heb, een Norton Dominator. Ik moest de foto wel van de goede kant nemen, dus met been. Kuta – Lombok aan de zuidkant van het eiland, heeft perfecte witte stranden met helder blauw water, echter geheel verlaten door de toeristen. Het is te hopen dat volgend jaar het toerisme weer aantrekt, anders ziet het er zeer beroerd uit voor de branche.
Na 20.000 km in 3,5 maanden en zonder motorproblemen van alle drie de motoren, is de reis tot een einde gekomen. Een reis die zowel positieve als negatieve ervaringen heeft gegeven. De soms ondragelijke hitte en het vaak beroerde eten, maar ook de fantastische landschappen en de kleurrijke bevolkingsgroepen van de op eigen motor doorkruiste landen, geven een goed beeld van wat hier te beleven valt. Dit heeft een ervaring aan ons meegegeven, die niet meer uit het geheugen is te wissen.

Gr, Rob